Ze waren radeloos, de ouders die bij mij langskwamen voor hun zoon. Laten we hem Bart noemen. Ze wisten niet meer wat te doen. Ze hadden van alles geprobeerd, allerlei tips opgevolgd van vrienden, familie en het internet. Maar niets hielp, of soms even. En steeds was er na de hoop van een betere periode, weer de teleurstelling na een terugval. Zo ook nu.

Terug bij af

Vlak voor de kerstvakantie hadden ze besloten om mij in het nieuwe jaar te bellen. Om hulp in te schakelen. En toen was het ineens weer beter gegaan in de vakantie. Dus hadden ze weer hoop gekregen en besloten ze het nog even aan te zien. Maar nu, nu waren ze eigenlijk weer terug bij af geweest. En hadden ze alsnog mij gebeld. Beschaamd, want ze hadden het gevoel dat ze faalden als ouders. Maar ze gunden hem een fijn leven.

Iedere ouder

Het verhaal van de ouders van Bart staat niet op zichzelf. Bijna alle ouders die bij mij komen hebben een zelfde soort verhaal. En hetzelfde gevoel dat ze het niet goed gedaan hebben als ouders. Het doet mij altijd een beetje pijn als ouders dat zeggen. Want het is volkomen logisch, maar tegelijk zo onwaar: je faalt niet als je het probleem van je kind niet kan oplossen. Je hebt alleen de oplossing die voor jouw kind werkt, nog niet gevonden. Ik vind ze juist dapper: ze zetten hun eigen gevoel opzij, in het belang van het geluk van hun kind.

Moed

Ook hulp vragen is geen falen. Het is een moedige eerste stap zetten, geen genoegen nemen met hoe het leven nu is. Beter willen, in plaats van afglijden en nog ongelukkiger worden. En juist als je als gezin enorm klem zit met een probleem, juist dan is het extra moeilijk om zo’n eerste stap te zetten. Want dan word je leven beheerst door het probleem, kun je bijna niets anders zien dan dat. En heb je ook nog te maken met schuld- en schaamtegevoelens. Onterecht, maar je voelt ze wel. Bijvoorbeeld als je kind niet kan slapen ’s avonds. Dan begin je ’s middags al op te zien tegen het moment ’s avonds. Vraag je je af wat je nu weer moet verzinnen om het zo soepel mogelijk te laten verlopen. En als het ’s avonds eindelijk is gelukt, dan maak je je alweer zorgen hoe het opstaan zal verlopen.

Patroon

Het is een soort vicieuze cirkel waar je als gezin in gevangen zit. Met ieder zijn eigen actie en reactie. En langzaamaan worden dat standaardpatronen die elkaar in stand houden. Het worden gewoontes. Bijvoorbeeld: je kind kan op een gegeven moment ook niet anders meer dan een gedoe maken van het slapen gaan, want het gaat al een half jaar iedere dag zo. Of misschien wel langer. En jij als ouder begint je er al op voor te bereiden dat het komen gaat en straalt die energie en verwachting ook al ongewild en onbewust uit. Dus als ouders bij mij komen met het probleem van hun kind, maken we eerst het patroon inzichtelijk. Wat gebeurt er nu precies? Wie doet wat of wat juist niet? En wat versterkt elkaar? En wat houdt het patroon in stand?

Afstand

Om te kunnen kijken naar een patroon, is afstand nodig. Want als je als ouder samenvalt met het probleem, dan zit je erin. Terwijl voor je van een afstandje kijken, veel beter zicht hebt. Dus ik begin niet met het patroon, maar met je kind. Wie is je kind nog meer, dan het probleem? Ik nodig ouders uit anders naar hun kind te kijken: wat is er mooi aan je kind? Waar geniet je van? Wat maakt je aan het lachen? Wat er dan gebeurt is altijd magisch: de verdrietige en radeloze mensen voor me veranderen in blije en krachtige ouders. Die hun kind ineens weer in zijn totaliteit kunnen zien. In plaats van het kleine deel dat de problemen geeft. Dat deel is niet langer meer allesbepalend. Het staat in perspectief. En dat lucht op bij ouders. En het schept heel veel ruimte. Ruimte om de patronen te zien. En ruimte om oplossingen te vinden.

Andere bril

Want als je je kind weer kan voelen en zien voor wie hij of zij werkelijk is, kun je ook de andere kant van het probleemgedrag herkennen. Je kijkt door een andere bril. Want een kind dat bang is om te gaan slapen, is dus ook heel goed in gevaar zien en angst erkennen. Een kind dat snel boos is, kan dus goed zijn grenzen aangeven. Een kind dat niet luistert, weet dus heel goed wat hij of zij wil. En een kind dat weinig met anderen speelt, heeft dus geen anderen nodig om gelukkig te zijn. En met die andere bril op, konden de ouders van Bart ook zachter en helderder naar zichzelf en elkaars gedrag kijken. Ze kregen oog voor elkaars bedoelingen en de effecten daarvan op het proces en hun kind. Voor het eerst sinds maanden gingen ze vol vertrouwen de dag tegemoet.

Valentijnsdag

Vrijdag is het Valentijnsdag. De dag van de liefde. Hoe zou het zijn als je de komende week eens een brief zou maken voor je kind? Waarin je schrijft wat je mooi vindt aan hem of haar. En als je uitgeschreven bent, denk dan aan de dingen waar je je wel eens aan ergert bij je kind. En draai die eigenschappen dan eens om zoals ik hierboven ook heb gedaan. En voeg ze toe aan de brief.

Ik wens je een liefdevolle week en voorjaarsvakantie!

 

leonie

 

P.S. Wil je een keer samen jullie patroon ontrafelen? Dat kan natuurlijk. Neem dan contact met me op.